28 maart 2019

Een bewonerscommissie van een huizenblok in Feijenoord Rotterdam heeft via de Huurcommissie transparantie afgedwongen over de (sloop)plannen voor hun woningen. Hun verhuurder Woonstad Rotterdam schond de Overlegwet door jarenlang informatie achter te houden.

De bewoners van de Nijverheidsstraat en Zinkerweg in de wijk Feijenoord in Rotterdam-Zuid klaagden al jaren over achterstallig onderhoud. In 1995 bestond het plan om de vooroorlogse portiekwoningen te slopen. Dat ging niet door, maar vanaf die tijd bleef onderhoud aan de woningen achterwege.

Bewoners dienden veelvuldig klachten in over ernstige onderhoudsgebreken en vroegen de verhuurder om achterstallig onderhoud te doen. Maar ze kregen nul op het rekest. Vanwege de onvrede hierover richtten de bewoners in juni 2017 een bewonerscommissie op. Die werd in oktober door Woonstad ‘erkend’ als bewonerscommissie in de zin van de Overlegwet.

In de Overlegwet (officieel: Wet op het overleg huurders verhuurder) zijn een aantal rechten van huurders vastgelegd. Op grond van die wet hebben huurdersorganisaties en bewonerscommissies onder andere het recht op informatie van hun verhuurder, het recht op overleg én om advies uit te brengen over het beleid van de verhuurder.

Toch weigerde Woonstad nog steeds de informatie te geven die de bewonerscommissie vroeg. Augustus vorig jaar werd door de bewonerscommissie hierover een procedure bij de Huurcommissie aangespannen. Deze commissie behandelt ook geschillen die samenhangen met de Overlegwet.

In de zitting bij de Huurcommissie bleek dat Woonstad al in 2016 had besloten de panden alsnog te slopen en daarover contact had met de gemeente. Volgens de gemeente moesten echter de woningen verkocht worden als kluswoningen en daar ging Woonstad in mee. Het is daarom maar goed dat we bewoners destijds niet hebben geïnformeerd over onze sloopplannen, zo redeneerde Woonstad. Anders was er nodeloos onrust in de wijk ontstaan terwijl het sloopscenario niet doorging.

De Huurcommissie vond het ‘merkwaardig’ dat Woonstad zijn sloopplannen wél met de gemeente, maar niet met de bewoners had gedeeld. Het had juist andersom moeten zijn: eerst met de bewoners praten en dan met de resultaten van dat overleg een verzoek indienen bij de gemeente. Ook had Woonstad niet zelf mogen bepalen welke informatie wél en welke níet met de bewoners gedeeld zou moeten worden, het recht van bewoners op informatie over plannen, ook bij sloop, wordt dwingend voorgeschreven door de Overlegwet, daarin heeft Woonstad zich te schikken.

Begin maart deed de Huurcommissie uitspraak. Woonstad moest binnen twee weken alle informatie delen met de bewonerscommissie en deed dit ook.

Maar waarom niet direct maar pas na een procedure? ‘Omdat we met elkaar van mening verschillen over welke informatie relevant is om te delen’ deelde Woonstadwoordvoerder Eric Smulders mee.  ‘De Huurcommissie heeft hierin een uitspraak gedaan, waar wij ons bij hebben neergelegd. Dat heeft voor ons vooral als doel deze discussie met de bewonerscommissie achter ons te laten. Zodat we ons, samen met de bewoners, weer op de toekomst kunnen richten.’ Een uitspraak die nergens op slaat, wanneer de discussie met de bewoners was aangegaan had men zich juist op de toekomst kunnen richten in plaats van naar de rechter te gaan.

Dit staaltje van flauwekul is helaas tekenend voor de manier waarop sommige verhuurders het niet nakomen van hun wettelijke verplichting proberen te verantwoorden omdat ze het ‘te moeilijk’ vinden. Het zal voor iemand die de kleuterschool heeft doorlopen duidelijk zijn dat mijnheer Smulders zich niet samen met bewoners op de toekomst kan richten zonder daarover te hebben overlegd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *